Onverwachte wending      

Ik heb laatst uitgerekend dat in ik die 32 jaar zo’n 2000 tot 2500 uitrukken heb gehad. Verreweg de meeste vergeet je en komen hooguit tijdens een gesprek over oude incidenten bovendrijven. Daar tegenover staan uitrukken die je nooit zal vergeten! Dat zijn de leuke, bijzondere maar zeker de vervelende uitrukken. Verreweg de meest indrukwekkende inzet begon als een “normale” afhijsing of assistentie ambulance. Een assistentie ambulance is vaak een afhijsing van een patiënt die niet op de brancard naar beneden kan en via een ladderwagen, horizontaal, uit huis wordt gehesen.

‘Mannen luisteren: 1 en 2 gaan met mij mee en 3 en 4 gaan de 605 (ladderwagen) helpen met het opbouwen van de redbrancard.’ Eigenlijk overbodige informatie want de jongens weten prima wat er van ze verwacht wordt bij een dergelijke inzet, toch geef je als bevelvoerder de inzetbevelen om eventuele verwarring te voorkomen. Het blijft verder stil op de mobilofoon dus blijkbaar geen bijzonderheden, dacht ik. Tot we de straat in komen rijden. Eén ambu voor een afhijsing is normaal, een tweede is ook niet vreemd bij dergelijke meldingen, maar vier ambulances en drie politieauto’s is wel veel. ‘Hier is meer aan de hand’ dacht ik, en zeg ik tevens tegen de ploeg. We stoppen en omdat de inzet van de mensen al duidelijk was, wist iedereen wat hij moest doen. Ik ga met 1 en 2 naar binnen, word bijna onder de voet gelopen door een ambulancemedewerker, ‘opzij ik moet erdoor, roept hij. Binnen zie ik de huiskamer vol met mensen terwijl de politie de trap afrent, denk ik ‘Wat is hier aan de hand’. Ik zeg tegen 1 en 2: ‘Wacht hier even, ik ga eerst kijken wat er aan de hand is’.

Ik loop de trap op en zie een vrouw naakt op de grond liggen in een enorme plas met bloed en ernaast een pop (dacht ik in een flits). Een ambulancemedewerker is aan het reanimeren en roept mij toe ‘Brandweerman overnemen!!’ Zij bedoelt dat ik moet gaan reanimeren. ‘En kijk uit dat je niet op die baby gaat staan’ Ik neem de reanimatie over en zie in een flits dat de pop die ik zag liggen, geen pop was maar een baby. Het begint tot mij door te dringen dat er tijdens de bevalling iets heel erg mis is gegaan. Terwijl ik bezig ben, bedenk ik dat niet ik maar mijn manschappen moeten reanimeren en ik de boel moet gaan coördineren voor de afhijsing. Gelukkig komen mijn twee collega’s vrij snel boven en nemen de reanimatie weer van mij over.

Inmiddels is de situatie stabiel, de vrouw en de baby worden beide gereanimeerd en ik heb tijd om de boel te coördineren zodat de vrouw door het raam naar buiten kan worden gehesen. Ik sta op de overloop even de situatie te overdenken toen de politie met twee familieleden de trap op kwam. Ze wilden bij de andere kinderen kijken die in een slaapkamer lagen te slapen. We zijn de slaapkamer op gegaan en daar lagen drie kinderen heel vredig te slapen. ‘Moeten we ze niet wakker maken’, vraagt het vrouwelijke familielid. ‘Nee, zeg ik, laat ze maar lekker liggen, ze hebben niets door’. Eerst de patiënt en de baby uit huis krijgen. Daar ligt nu de prioriteit.

Op zeker moment is de patiënt stabiel genoeg en wordt zij via het eruit geslagen slaapkamerraam eruit gehesen. De baby was even daarvoor al met de ambulance naar het UMC gebracht. En dan ineens is het stil! We kunnen even op adem komen van de hectiek waar we net uitgekomen waren. Van een standaardmelding zijn we terecht gekomen in een incident die tot dan toen een van de meest heftige was die ik in mijn carrière heb meegemaakt.

‘Wat is er aan de hand geweest?’ vraag ik aan een agent. Hij wist het ook niet precies maar er is tijdens de bevalling iets heel erg misgegaan waardoor er een spoed keizersnede gemaakt moest worden om de baby te redden. Dat verklaarde al dat bloed vermengt met vruchtwater op de grond.

Ons werk zit erop en we gaan terug naar de post. Daar hebben we het uitgebreid nabesproken. Vier weken later hebben we een evaluatie met alle betrokken hulpverleners, van centralist tot de wijkagent. We horen daar ook dat de vrouw het niet heeft gered maar de baby juist die dag thuis is gekomen uit het ziekenhuis in redelijke gezondheid.

Voor elke hulpverlener was dit een zeer heftige inzet die je niet in de koude kleren gaat zitten. Gelukkig heeft de Veiligheidsregio Utrecht een goed nazorgteam voor dergelijke heftige inzetten.

© 2019 Marcel van Westendorp. All Rights Reserved.