Het vak van bevelvoerder of OVD (Officier van Dienst) bij de brandweer is een van de mooiste rollen binnen de brandweer. Je geeft leiding aan een eenheid of als OVD aan een peloton van 4 autospuiten. Je neemt besluiten over de inzetstrategie. Met name dat laatste maakt het vak ook lastig. Je neemt besluiten in een split second op basis van vaak onvolledige kennis van de stand van zaken. Maar je moet wat! Niets doen is geen optie. In verre weg de meeste gevallen pakt dit goed uit en heb je intuïtief de juiste beslissing genomen. Soms gaat dat wel fout en kunnen evaluatoren of zelfs de rechter in alle rust kijken hoe het wel had gemoeten. Maar zij stonden er niet toen het er op aankwam.

Gelukkig zijn er weinig voorbeelden van bevelvoerders of OVD’en die strafrechtelijk zijn vervolgd.

Ergens in de jaren 90 heeft er in Brand en Brandweer een artikel gestaan over dit onderwerp en ik haal dat in mijn lessen voor de bevelvoerders ook altijd aan. Het betreft een fictieve casus die twee keer wordt behandeld en waarbij de OVD of bevelvoerder achteraf bezien niet het juiste besluit had genomen.

Casus 1
Je komt aan bij een flinke woningbrand in een kleine gemeente. De brand is uitslaand en er wordt opgeschaald naar grote brand. De burgemeester is inmiddels ook ter plaatse, hij woont in de buurt. De burgemeester spreekt je aan in de hectiek en zegt dat hij achter het raam van de 3e bouwlaag een kind ziet staan. Omdat je niet weet of iedereen uit de woning is zou dat zou maar kunnen kloppen. Echter je vertrouwt de situatie niet want het is te gevaarlijk voor je manschappen om naar binnen te gaan. Het pand kan deels instorten. Dus je besluit om niet naar binnen te gaan en weerstaat de druk van de burgemeester, hoe moeilijk dit besluit ook is! Bij het nablussen blijkt het pand nog geheel overeind te staan en worden er drie overleden kinderen gevonden. Achteraf hadden deze kinderen gered kunnen worden.

Je hebt achteraf niet het juiste besluit genomen.

Casus 2
Je komt aan bij een flinke woningbrand in een kleine gemeente. De brand is uitslaand en er wordt opgeschaald naar grote brand. De burgemeester is inmiddels ook ter plaatse, hij woont in de buurt. De burgemeester spreekt je aan in de hectiek en zegt dat hij achter het raam van de 3e bouwlaag drie kinderen ziet staan. Omdat je niet weet of iedereen uit de woning is zou dat zou maar kunnen kloppen. Echter je vertrouwt de situatie niet want het is te gevaarlijk voor je manschappen om naar binnen te gaan. Het pand kan (deels) instorten.

Toch besluit je dat een reddingspoging, onder druk van de burgemeester, gedaan wordt. Kort nadat twee manschappen naar binnen zijn gegaan stort het pand deels in en beide manschappen komen om het leven. Bij het nablussen worden zij geborgen en er blijken geen kinderen in de woning te zijn geweest. De burgemeester heeft zich vergist, het leek maar zo.

Je hebt achteraf niet het juiste besluit genomen.

Natuurlijk is dit een fictief voorbeeld, de kans dat een burgemeester dit opdringt is niet aan de orde maar het gaat om het feit dat je als bevelvoerder soms in een bijzonder lastige spagaat terecht kan komen. Wat is nu het juiste besluit! Dat maakt het werk soms erg lastig maar ook weer boeiend. Gelukkig heb ik zelf nooit in zo’n extreme spagaat gestaan maar achteraf wel een engeltje op mijn schouder gehad dat het goed is gegaan. Wat ik wil meegeven is dat je moet vertrouwen op je vakkennis, de kennis en kunde van je manschappen en toch ook op je intuitie. Dat laatste is een niet te onderschatten factor. Elke leidinggevende komt in zijn carriere meerdere keren terecht in een dilema waarvan je achteraf pas kan zeggen of je besluit juist was.

© 2020 Marcel van Westendorp. All Rights Reserved.